Wet wapens en munitie

Informatie Wet wapens en munitie

 

De Wet wapens en munitie maakt onderscheid tussen het voorhanden hebben van een wapen en het dragen van een wapen. Dat is als volgt gedefinieerd:

– ‘Voorhanden hebben’ betekent dat iemand over een wapen kan beschikken. Dat is ook het geval als hij het opgeborgen heeft in een bergplaats waar hij de sleutel van heeft.

– ‘Een wapen dragen’ betekent het ‘voor het grijpen hebben’, terwijl iemand zich op een openbare plaats bevindt.

Het bezit van een wapen van de lichtste categorie, bijvoorbeeld een sabel, is legaal voor burgers van 18 jaar en ouder. Het is verboden om met dit soort wapens over straat te lopen. Wat wel toegestaan wordt is het bijvoorbeeld ophangen van dergelijke wapens aan de muur.

 

Categorieën voor wapens

De Wet wapens en munitie onderscheidt vier categorieën wapens.

Het gaat om de volgende categorieën:

 

Categorie I. De wapens in deze categorie zijn niet-vuurwapens, waarvan de overheid het bezit door iedereen buiten de overheid zelf heeft verboden. .
Voorbeelden: ballistische messen, ploertendoders, wurgstokjes, boksbeugels, nabootsingen van vuurwapens.

 

Categorie II. Tot de wapens in deze categorie behoren wapens waarvan het gebruik en bezit door de overheid wettelijk beperkt wordt tot haarzelf (de krijgsmacht en de politie) en een selectieve groep gespecialiseerde verzamelaars die aan bepaalde door de overheid gestelde voorwaarden voldoen.
Voorbeelden: automatische vuurwapens, pepperspray, stroomstootwapens, etc. Daarnaast “voorwerpen bestemd voor het treffen van personen of zaken door vuur of door middel van ontploffing, met uitzondering van explosieven voor civiel gebruik indien met betrekking tot deze explosieven erkenning is verleend overeenkomstig de Wet explosieven voor civiel gebruik” [Bron: Wet wapens en munitie, artikel 2.1, categorie II, 7e].

 

Categorie III. Deze categorie bevat wapens waarvan de overheid het bezit wettelijk beperkt tot zichzelf en iedereen die zij daarvoor een vergunning toekent.
Voorbeelden: wapens ten behoeve van jagers, sportschutters, wapenverzamelaars etc.

 

Categorie IV. Tot deze categorie behoren de wapens die niet door de overheid verboden zijn om in huis te hebben, maar wel om deze publiekelijk te dragen. Tevens mogen deze wapens niet voorhanden zijn aan personen onder de 18 jaar. Voor luchtwapens geldt ook de regel dat ze geen gelijkenis mogen hebben met een vuurwapen, anders vallen ze onder Categorie I. Ook hier maakt de overheid voor zichzelf een uitzondering – dit verbod geldt niet voor de krijgsmacht en de politie.
Voorbeelden: degens, zwaarden, sabels, wapenstokken, kruisbogen, harpoen, paintballmarkers, alarmpistolen, luchtwapens.

 

Sommige wapens zijn vrijgesteld van de verboden die voor de categorie waar zij in vallen gelden. Dit betreft vooral antieke wapens. Welke wapens dat zijn is te vinden in artikel 18 van de Regeling Wapens en Munitie.

 

Categorieën voor munitie

Munitie valt in de categorie van het wapen waar het voor bedoeld is. Aangezien alleen Categorie I geen munitie gebruikt, valt het dus onder categorie II, III of IV.


(bron: wikipedia)